Adriaan Roland Holst
Nederlands schrijver
Leefde van: 1888 - 1976
Categorie: Schrijvers (Nederlands) | Schrijvers (Hedendaags) Land:
Nederland
Geboren: 23 mei 1888 Gestorven: 5 augustus 1976
Over Adriaan Roland Holst
Adriaan Roland Holst groeide op in het Gooi. Hij ging naar de middelbare school naar de 'Hilversumse HBS' (de school is nu naar hem vernoemd en heet het A. Roland Holst College) en studeerde van 1908-1911 Keltische Letteren in Oxford. Al op twintigjarige leeftijd wist hij gedichten te plaatsen in het literaire tijdschrift De XXste Eeuw. In 1911 verscheen zijn debuut in boekvorm, de bundel Verzen. In zijn volgende bundels De belijdenis van de stilte en Voorbij de wegen is zijn eigen stem al tot volle wasdom gekomen. De gedragen verzen getuigen van een romantisch verlangen, van mythologie en van verheven eenzaamheid. Deirdre en de zonen van Usnach (1920), dat verscheen in de bibliofiele serie Palladium, is een poëtisch verhaal in een Keltische wereld. Het wordt nog steeds veel gelezen. In 1918 ging Roland Holst in Bergen wonen, waar zijn woonhuis thans bij toerbeurt wordt bewoond door verschillende schrijvers en dichters. Hij had talloze literaire vrienden, zoals Menno ter Braak, J.C. Bloem, E. du Perron, J. Slauerhoff, M. Vasalis en Victor van Vriesland. Verder had hij contact met de schilder Carel Willink, die in 1948 in opdracht van het ministerie van onderwijs kunsten en wetenschappen een portret van hem schilderde.
Bron Wikipedia
Boeken van Adriaan Roland Holst
Zoek binnen de citaten van Adriaan Roland Holst naar deze woorden:
Citaten 1 t/m 26 van 26.
-
Het geeft te denken dat huwelijk alleen rijmt op "gruwelijk" en "afschuwelijk".
― Adriaan Roland Holst -
Laat mij niet zeggen dat dit liefde is
geef mij maar zacht je kleine warme handen;
wij zullen dwalen door de schemerlanden,
waar dromen leven is.― Adriaan Roland Holst -
Ik zal de halmen niet meer zien
Noch binden ooit de volle schoven,
Maar doe mij in den oogst geloven
Waarvoor ik dien…― Adriaan Roland Holst -
De stilte van de natuur heeft veel geluiden.
― Adriaan Roland Holst -
Ik zag een vrouw, die schreed alsof zij nooit zou sterven.
― Adriaan Roland Holst -
Of God de mens schiep, staat te bezien. Dat de mens God schiep, staat vast.
― Adriaan Roland Holst -
Het leven is de enige ziekte waar wij allen aan doodgaan. Alle andere ziekten zijn maar handlangers.
― Adriaan Roland Holst -
Jeugd voelt verder dan ervaring ziet.
― Adriaan Roland Holst -
Het pad der deugd is mij te smal.
― Adriaan Roland Holst -
De kiezers denken dat de politiek de geschiedenis maakt, in plaats van omgekeerd.
Kort (1967)― Adriaan Roland Holst -
In de 19e eeuw maakte de mens de machine; in de 20e eeuw gaat de machine de mens mismaken.
― Adriaan Roland Holst -
Wij zijn maar als de blaren in de wind,
ritselend langs de zoom van oude wonden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind.― Adriaan Roland Holst -
De kunst is geen wedstrijd.
Na de uitreiking van de P.C.-Hooftprijs 1955 (in Maatstaf. Jaargang 4, p 364)― Adriaan Roland Holst -
Een mens met een eigen willekeur in het leven, ergert de getemde ingezetenen van de wereld.
― Adriaan Roland Holst -
Gisteren op een benauwde, drukbezochte receptie trof het mij hoe dankbaar wij moeten zijn dat de mensen kleren dragen.
Kort (1967)― Adriaan Roland Holst -
Hoe meer een democratische wereld het leven gaat temmen, hoe sterker de kans wordt dat het benarde leven despotisch terugslaat.
― Adriaan Roland Holst -
De vreugde weet van geen geluk, en wil er niet van weten.
― Adriaan Roland Holst -
Alleen het idealisme kan lammeren veranderen in tijgers.
― Adriaan Roland Holst -
De gelijkheid is oncreatief. Daarom is de kunst van aard ondemocratisch.
― Adriaan Roland Holst -
Een groot deel van de moderne kunst ontstaat uit een gewilde verwildering. Zij is dus óf leugenachtig, óf mallotig.
― Adriaan Roland Holst -
Een waar kunstenaar neemt zijn succes als een lintje, dat hij niet draagt.
― Adriaan Roland Holst -
Er zijn heel wat mensen, die veel weten en weinig begrijpen. Soms wordt er één professor in de wijsbegeerte.
Kort (1967)― Adriaan Roland Holst -
Het ritme is het enige dat alle kunsten gemeen hebben.
― Adriaan Roland Holst -
Sinds de relativiteit absoluut werd, is het hek van de dam.
― Adriaan Roland Holst -
Vooruitgang en achteruitgang worden steeds meer synoniem, zoals kunst en puin het overal haast al zijn.
― Adriaan Roland Holst -
O, het lachen van een kind
voor de wereld en na haar einde
van een kleine blinkende wind
vertelt het, die eens uitgezonden
zal worden over trots en pijn,
totdat Babylon en Londen
vergeven en vergeten zijn.Gedicht: Van een kind― Adriaan Roland Holst
Trefwoorden in deze citaten:
Vergelijkbare auteurs
-
Multatuli
Nederlands schrijver (ps. van Eduard Douwes Dekker) 202 -
Godfried Bomans
Nederlands schrijver 162 -
Jan Greshoff
Nederlands schrijver en letterkundige 134 -
Harry Mulisch
Nederlands schrijver 127 -
Jean de Boisson
Nederlands schrijver (ps. van C. Buddingh) 110 -
Simon Carmiggelt
Nederlands schrijver 97 -
Gerrit Komrij
Nederlands schrijver 90 -
Willem Frederik Hermans
Nederlands schrijver 73


















Multatuli
Godfried Bomans
Jan Greshoff
Harry Mulisch
Jean de Boisson
Simon Carmiggelt
Gerrit Komrij
Willem Frederik Hermans